De uitkeringen voor arbeidsongeschiktheid worden berekend op basis van het laatst ontvangen brutoloon of de laatst uitbetaalde werkloosheidsuitkeringen vóór uw ziekte.

Vanaf 2017 zal uw arbeidsongeschiktheidsuitkering worden berekend op basis van het brutosalaris of de werkloosheidsuitkering die u de laatste dag van het tweede kalenderkwartaal dat voorafgaat aan het risico hebt ontvangen. Dit geldt voor zover uw situatie niet is veranderd op de dag voor uw arbeidsongeschiktheid. Bovendien zal er bij de berekening van uw uitkering niet langer rekening worden gehouden met premies en voordelen die niet aan de prestaties zijn gerelateerd. Overuren zullen alleen worden aanvaard als ze ten minste 10% van de totale bezoldiging uitmaken.

Deze wijzigingen zullen geen invloed hebben op leden die reeds arbeidsongeschikt waren vóór 01/01/2017.

Het inlichtingenblad geeft ons alle nodige gegevens om uw uitkering te kunnen berekenen.

Het eerste jaar van ziekte

Loontrekkenden ontvangen een uitkering van 60% van het begrensde brutoloon. Van de bruto-uitkering wordt meteen 11,11% bedrijfsvoorheffing afgehouden.

Werklozen ontvangen tijdens de eerste 6 maanden een uitkering die overeenstemt met het bedrag van de werkloosheidsuitkering.

Vanaf de 7e maand arbeidsongeschiktheid is er een gewaarborgde minimumuitkering. Deze uitkering krijgt u als uw berekende uitkering op basis van uw loon of uw werkloosheidsuitkering lager ligt dan de minimumuitkering, waarbij rekening wordt gehouden met uw gezinstoestand.

Zelfstandigen ontvangen een forfaitaire uitkering, waarbij rekening wordt gehouden met de gezinstoestand.

Klik hier voor een volledig overzicht van de minimum- en maximumbedragen bij de berekening van de uitkeringen of voor de forfaitaire uitkeringen voor zelfstandigen.

Vanaf het tweede jaar van ziekte

Als de arbeidsongeschiktheid langer duurt dan één jaar treedt het tijdvak van invaliditeit in. De bedragen van de uitkeringen hangen nu af van de gezinstoestand:

  • 65% voor een gezinshoofd met gezinslast;
  • 55% voor een alleenstaande;
  • 40% voor een samenwonende.

 

Goed om weten

De overgang naar het tijdvak van invaliditeit gaat niet alleen gepaard met een andere berekeningswijze van de uitkering, maar heeft ook een aantal andere gevolgen:


  • De invaliditeit wordt medisch erkend door de Geneeskundige Raad voor Invaliditeit bij het RIZIV op basis van een verslag opgesteld door onze adviserend geneesheer.
  • De mogelijkheid om in aanmerking te komen voor de verhoogde tegemoetkoming en allerlei andere voordelen (voordeelabonnement voor het openbaar vervoer, …) indien de inkomsten van uw gezin het grensbedrag niet overschrijden.
  • Vrijstelling van belasting van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.